Man genaamd Marianne

3'39, t m: shel silverstein, tekstbewerking: raf

toen ik vier was ging mijn vader weg
je kan zeggen dat is brute pech
dat neem ik hem niet kwalijk, verre van,
er is een ander feit dat me verteert,
dat me woedend maakt, dat me frustreert,
de naam die hij me gaf is marianne

hij was een zwerver en een dronkelap
hij dacht waarschijnlijk wat een goeie grap
maar ik, ik draag er de gevolgen van
elke vrouw giechelt en dan word ik rood
en als een kerel lacht, ik sla hem dood
't is lastig leven voor een man, genaamd marianne
ik groeide op voor galg en rad
ik trek rond altijd van stad tot stad
uit schaamte voor die verdomde naam
maar ik zweer het op mijn moeders ziel
ik zal hem vinden die zak, die imbeciel
hij moet dood hij die me dit heeft aangedaan

en op een godvergeten dag
in een godvergeten grijze stad
zit ik in een kroeg zomaar zonder plan
de deur gaat open, ik krijg een schok
daar staat hij, de zak, die voor hij vertrok dacht
mijn zoon die noem ik marianne

ik herkende hem die gore rat
van een foto die mijn moeder had
z'n grijze haar, z'n stijve manke poot
hij was groot en sterk z'n blik was kil
ik keek hem aan en mijn hart stond stil
en ik zei: mijn naam is marianne
en gij zijt over vijf seconden dood

ik haalde uit en hij ging neer
ik trapte en schopte hem keer op keer
maar hij krabbelde recht en had een mes paraat
ik knalde een stoel kapot op zijn hoofd
hij crashte door het raam half verdoofd
en we duwden mekaar in de modder midden op straat
hij was snel en sneed een stuk van m' n oor
maar ik sloeg hem en sloeg hem, almaar door
hij gromde en kwijlde als een dolle hond
hij trok z'n blaffer maar ik was eerst
ik hield hem onder schot, kalm, beheerst
en plots speelde een glimlach, om z'n mond
hij zei: zoon, het leven is hard en ruw
en wie het maken wil moet sterk zijn en sluw
en ik wist dat je mij moest missen onderweg
dus ik gaf je die naam en zei vaarwel
't was hard en wreed, dat besef ik wel
maar 't is die naam die je kracht gaf, en lef
je vocht als een leeuw, dat meen ik echt
en, je haat me diep en da' s je goeie recht
en als je me wil doden ga gerust je gang
maar bedank me eerst voor je dat doet
voor de kloten aan je lijf en de pit in je bloed
want ik ben de gast die je naam gaf: marianne

ik staarde hem aan en stamelde: pa
en hij weende ook, of toch bijna en
we vlogen elkaar in de armen als één man
we zien elkaar nu af en toe
hij steunt me als ik domme dingen doe
en als ik zelf ooit een zoon heb, dan noem ik hem
linda, els of cindy, alles behalve marianne

Productie: