Zoals het hoort

Door: Joris Henquet

De broers Raf en Mich Walschaerts vormen het Vlaamse cabaretduo Kommil Foo. ‘In Nederland is een staande ovatie een gewoonte geworden, in België doet men het alleen bij hoge uitzondering.’

Er rijdt een glanzende zwarte auto voor aan de achterzijde van het station van Antwerpen. Achter het stuur herkennen we cabaretier en zanger Mich Walschaerts, met grijze baard en coole zwarte hoed op zijn hoofd. De VARAgids was benieuwd naar het cabaretiersbestaan in België, en mag daarom een dagje op pad met het Vlaamse duo Kommil Foo. Mich Walschaerts (47) vormt het duo (de naam is een verbastering van de Franse uitdrukking ‘Comme il faut’, oftewel ‘zoals het hoort’) al sinds 1987 met zijn oudere broer Raf (51). Beide broers wonen in Gent, maar Raf moest vandaag een paar liedjes spelen op een begrafenis in Sint-Niklaas, waardoor we hem later in het theater zullen treffen. Op deze druilerige zaterdag halverwege december staat er geen grote schouwburg in het centrum van Gent of Brussel op het programma. De tournee van Kommil Foo’s succesvoorstelling Schoft houdt halt in Cultureel Centrum ’t Schaliken, in het nabij Antwerpen gelegen plaatsje Herentals. ‘Het is een leuk zaaltje hoor,’ zegt Mich als we de snelweg oprijden, ‘maar verwacht niet een groot modern theater.

Dat is echt uitzonderlijk aan Nederland: zelfs in de kleinere plaatsen tref je daar enorme theaters aan. In Vlaanderen treden we buiten de schouwburgen in de grote steden nog vaak op in culturele centra. Die hebben vaak prima theaterzalen, maar de faciliteiten erom heen, zoals kleedkamers en artiestenfoyers, zijn altijd wat eenvoudiger.’

 

‘ALS JE BLANCO NAAR EEN VOORSTELLING VAN KOMMIL FOO KOMT, DAN KUN JE SCHRIKKEN.’

 

In Herentals is het volledig uitverkocht, zoals alle optredens van Kommil Foo in Vlaanderen vrijwel altijd uitverkocht zijn. In Nederland is dat niet vanzelfsprekend, ook al hebben de broers bij ons hun vaste publiek en worden ze altijd gretig geboekt door de schouwburgen, waardoor hun speellijst ook in Nederland lang is. Waarschijnlijk heeft dat te maken met de stijl van het duo: Kommil Foo maakt hoogstaand poëtisch en muzikaal theater, waarin veel te lachen valt maar ook plek is voor ontroering. Desondanks staat het duo in de brochures aangekondigd als ‘cabaret’, waardoor lachgraag publiek nogal eens met verkeerde verwachtingen de zaal in gaat.

‘Als je blanco naar een voorstelling van Kommil Foo komt, dan kun je schrikken,’ zegt Mich daarover. ‘Binnen het spectrum van cabaret zit wat wij doen aan de zware kant. Het schuurt soms tegen toneel aan, maar is toch echt cabaret: we staan er als onszelf en spreken rechtstreeks het publiek toe. Onze voorstellingen worden met de jaren ook steeds inhoudelijker. Vroeger deden we veel slapstick en spektakel, het was licht verteerbaar, maar omdat wij zelf ouder worden zijn ook onze voorstellingen confronterender geworden. Dat is de enige manier om te kunnen blijven evolueren als kunstenaar: je moet maken wat je wilt en wat past bij wie je op het moment bent. Er gaat door de inhoud misschien wat publiek af, maar gelukkig komt er daardoor ook nieuw publiek bij.’

 

Mich Walschaerts parkeert zijn auto middenop de Grote Markt van Herentals, vlak voor de Lakenhal, het Middeleeuwse pronkstuk van de stad, en naast de ingang van ’t Schaliken. Hij haalt een kist met daarin het avondeten uit de achterbak en loopt via een steegje naar de artiesteningang van het theater. In de – inderdaad wat eenvoudige – artiestenfoyer worden we joviaal welkom geheten door broer Raf, zoals gewoonlijk stijlvol gekleed, vandaag in donkerbruin gilet en pantalon.

Terwijl Raf alvast een pretzel pikt uit de mand met het avondeten, praten we verder over de voorstelling Schoft, die zowel in Vlaanderen en Nederland lovende recensies kreeg en in 2016 ook werd genomineerd voor de Poelifinario, de cabaretprijs voor meest indrukwekkende voorstelling van het seizoen. De titel Schoft heeft betrekking op de mensheid an sich.

In de voorstelling wordt de mens beschouwd als wezen en als soort, met al zijn goede en vooral ook slechte kanten.

 

Raf: ‘Deze voorstelling werd geschreven in de tijd dat de aanslagen in Parijs en Brussel plaatsvonden. Gebeurtenissen waar wij niet aan voorbij konden gaan. Na onze vorige voorstelling Breken vonden we ook dat we het voorlopig even genoeg over onze liefdeslevens hadden gehad. Daarom is Schoft minder persoonlijk, en meer maatschappelijk.’

Mich komt erbij zitten: ‘In de voorstelling zeggen we dat de mens in staat is tot heldendaden, maar dat hij net zo makkelijk in staat is een vliegtuig te kapen of honderden mensen dood te schieten. Het is een thematiek waarbij we de humor meer dan ooit nodig hebben.’

 

Raf: ‘Onze stijl is al vijfentwintig jaar gebaseerd op een mix van slapstick en ernst. Het is zo oud als de straat: de clown waarbij je niet weet of je moet lachen of huilen. Dat is wat wij ook nastreven.’ Schoft begint met een vivisectie van de mens. In de openingsscène ligt Raf poedelnaakt op zijn rug op een snijtafel, met slecht een handdoekje over zijn edele delen. Hij wordt onderzocht door broer Mich, die om het lichaam loopt en keurend opmerkt: ‘Het is niet bepaald een nieuw exemplaar wat hier ligt. Hij heeft geleefd, maar juist die littekens maken hem zo interessant.’

‘Toen we die scène hadden bedacht, een bijna letterlijke vorm van ecce homo, oftewel ‘Zie de mens’, waren we vertrokken,’ legt Raf verder uit. De broers maken hun voorstellingen volgens een vast procedé: een half jaar lang gaan ze dagelijks samen om tien uur ’s ochtends met koffie rond de tafel zitten om te praten en te schrijven. Langzaam komt er materiaal, en vervolgens wordt er nog een half jaar gerepeteerd. Raf: ‘We dragen beiden  onze losse ideeën aan, maar teksten schrijven we altijd samen, omdat we ervan overtuigd zijn dat we samen sterker zijn dan alleen.’

 

Het loopt inmiddels tegen zeven uur, nog ruim een uur voor aanvang van de voorstelling. De magnetron laat weten dat het eten is opgewarmd. Aan tafel! Hoewel ze in de voorstelling een grap maken over de mannen van Kommil Foo ‘die maar voortdurend op restaurant gaan’, zorgen Raf en Mich tijdens de tour voor hun eigen maaltijden. Veel handiger en gezonder dan het lokale Chinees restaurant: vanavond staat er een smakelijke mix van rundvlees, aardappel en pompoen op het menu.

Tijdens het eten komt ter tafel dat Raf en Mich weliswaar een sterk team vormen, maar dat ze heus niet alles samen doen. Tussen de Kommil Foovoorstellingen Breken (2012) en Schoft (2016) in, maakten ze in 2014 beiden voor het eerst een solovoorstelling. Raf tourde met Jongen toch en Mich met Duizend man sterk. Dat die projecten goed zijn gevallen, blijkt al uit het feit dat Raf volgend jaar met een nieuwe solo komt. Maar is alleen op het podium niet veel enger en moeilijker dan samen?

 

Mich: ‘Bij Kommil Foo kunnen we op elkaar leunen, en dat is natuurlijk wel comfortabel.’

Raf: ‘Maar toch, een Kommil Foo-voorstelling is moeilijker dan een solo. Bij een solo is de vorm heel logisch: er komt een man op en die begint te praten.’ Mich: ‘Dat is waar. Bij Kommil Foo moeten we telkens opnieuw enorm zoeken naar de vorm, naar hoe we iets verteld kunnen krijgen zodat het ook tussen ons klopt.'

Raf: ‘We vertellen namelijk bijna altijd alles tegelijkertijd. Het lijkt of we improviserend vertellen, maar toch zit er structuur in, omdat we heel gedetailleerd hebben vastgelegd wie wat zegt.’

Mich: ‘Daarnaast worden de Kommil Foo-voorstellingen steeds lastiger, omdat we in dertig jaar al zoveel ondewerpen hebben aangeraakt en al veel hebben gezegd.’

Raf: ‘We stuiten bij het maken nu op de situatie ‘Dit is een heel goed lied, maar we hebben het vijftien jaar geleden ook al eens geschreven. Dat we ontdekken: fuck, we hebben opnieuw “Atlantis” gemaakt. (een van de grote Kommil Foohits, JH).’

 

Maar los van hoe moeizaam het maakproces soms kan zijn: de voorstelling Schoft is er nu en die staat als een huis.

 

Dat blijkt ook die avond weer, wanneer een volle zaal inwoners van Herentals al vanaf de blote Raf in de openingsscène duidelijk hoorbaar geniet van de voorstelling. Schoft heeft een centraal thema, maar bestaat uit een losse opeenstapeling van scènes, liedjes en dialogen. Zo vertelt Raf een komisch sprookje over een prins die voor één dag van leven ruilt met een zwerver, uiteraard met rampzalige gevolgen. In een nonverbaal slapsticknummer probeert Mich een schuine eettafel te dekken met borden en een kandelaar: om te voorkomen dat het servies naar beneden dendert komt er heel wat spuug aan te pas. Tussendoor worden er ijzersterke liedjes gezongen als ‘Trek je schoenen’ en ‘Kom hier dat ik u draag’, waarbij Raf en Mich zichzelf en elkaar begeleiden op piano, gitaar en viool. In een indringend nummer aan het eind verbeeldt Mich de complete levensloop van een mens: hij begint als schreeuwende baby en eindigt als schreeuwende bejaarde.

Na afloop wordt er enthousiast en langdurig geapplaudisseerd, maar op een enkeling na blijft het publiek zitten. ‘In Nederland is een staande ovatie een gewoonte geworden, in België doet men het alleen bij hoge uitzondering,’ verklaart Raf Walschaerts na afloop met bezweet voorhoofd in de kleedkamer. Hebben we op de valreep nog een duidelijk verschil tussen Nederland en België te pakken.

 

Publicatiedatum: 
dinsdag 17 januari 2017
Verschenen in: 
VARAgids
Productie: