Wie mist Kommil Foo nog? ★★★★

29 OKTOBER 2014 | Karel Michiels

Kommil Foo neemt even een pauze. In afwachting van hun volgende show toeren de beide broers Walschaerts met een soloproject. Ze spelen allebei vertrouwd en herkenbaar, in de briljante stijl die ze als Kommil Foo voor zichzelf gedefinieerd hebben. En wat blijkt? Raf en Mich zijn elkaar waard als verteller en weten het publiek evenzeer te boeien, te amuseren en te ontroeren als Kommil Foo zelf.

Raf Walschaerts overtuigde eerder al met solowerk. Nu weten we dat ook zijn jongere broer het alleen kan. Met de hulp van twee virtuoze muzikanten weliswaar. Ze assisteerden niet alleen bij de liedjes (van tango en klassiek tot camp en luisterpop), maar kleurden ook het gesproken woord in met ritmische klemtonen en melodieuze accenten. Vanaf het begin tot en met de prachtige eindnoot die weerklinkt uit de wonderlijke, speciaal daarvoor meegebrachte houten melodica.

Het verhaal van Mich Walschaerts borduurt voort op de grote thema’s die we kennen van Kommil Foo. Liefde, twijfels, afstoting en verleiding, vreugde en verdriet, passie versus ratio.

Wat doet en denkt een man als hij twijfelt aan zijn langdurige relatie? Wat is er gebeurd met de bronstige indiaan, de galante ridder, de hartstochtelijke minnaar, nu hij weer eens tegen zijn zin naar de schoonmoeder moet?

Het is een levenslange evenwichtsoefening, gevoed door clichés en herinneringen. Zelfs de sprookjes die Mich aan zijn zoontje vertelt, zijn doordrongen van metaforen die hij op zichzelf betrekt.

Met de nodige humor en zelfrelativering uiteraard, want ook die zijn vintage Kommil Foo. Heerlijk hoe hij staat te dansen, ‘kinky maar niet plat’, zegt hij zelf. Fantastisch hoe hij met veel pathos ‘Honesty’ van Billy Joel aanheft, in de waan dat hij nog altijd een vrouw kan verleiden.

Op het einde laat Mich Walschaerts nog even zijn innerlijke beest los. Hij verschijnt op het podium als een bezopen rockster, bralt een dronkemanslied dat afkomstig lijkt uit een eigentijdse Carmina Burana, en verliest zich in zelfbeklag.

Tot zijn zoontje weer een beroep op hem doet, en de ‘papa met tekorten’ tot bezinning komt. Even woest als hij een paar minuten daarvoor had uitgehaald, zingt hij nu met een broze stem over de liefde, Chet Baker achterna. Al even breekbaar en doorvoeld.

Hij heeft gedacht aan moord en al zijn geld vergokt. Hij heeft zijn beste vriend bedrogen met zijn eigen vrouw, of toch niet? Maar het leven wacht niet, en zijn geliefde evenmin. Een man moet doen wat hij moet doen. Geen opzienbarende gedachte misschien, maar weinig mensen puren er zulke mooie verhalen uit als Mich (en Raf) Walschaerts.

Publicatiedatum: 
woensdag 29 oktober 2014
Verschenen in: 
De Standaard