Vlaamse blues

Interview Mich en Raf Walschaerts van Kommil Foo

In Vlaanderen trekt Kommil Foo volle zalen. Ondanks jubelende recensies loopt het boven Wuustwezel minder hard. Het Vlaamse cabaretduo keert met de jongste voorstelling Wolf terug in Nederland. ´Als na afloop iemand naar ons toe komt en zegt dat het heel erg leuk was, dan heb ik daar moeite mee.´

Door Rob Gollin

´Gaat het weer?´, vraagt Mich. Raf schudt het hoofd. ´Het zit er nog.´ Het zit er sinds gisteravond. Midden in de voorstelling in cultureel centrum De Werf in Aalst nestelde zich tijdens een scheldkanonnade tegen een koningsreiger - van zoiets hoef je bij dit duo niet op te kijken - een floers op de stembanden. Grrrg. Zo´n geluid. Dan moest die woedende rap van negen minuten nog komen, tegen al diegenen die dood en verderf zaaien in de naam van God.

En dat terwijl Wolf ingetogener, verstilder is dan alle voorgaande programma´s. Met de voor de liefhebbers vertrouwde surrealistisch geldeurde cocktail van liedjes, mime, sketches en slapstick wijzen de broers Raf (43) en Mich (39) Waischaerts op de kwetsbaarheid van het leven; altijd loert wel ergens het roofdier om de droom aan stukken te scheuren.

Het Vlaamse cabaretduo Kommil Foo (fonetisch voor comme il faut, zoals het hoort) keert na de door de theaterkritiek bejubelde premiere van Wolf in Amsterdam in mei vorig jaar, deze maand terug in Nederland, na een uitverkochte toumee door Vlaanderen. Aan de keukentafel in de woning van Mich te Gent, over stilstand en vooruitgang.

Mich: ´Voor ons vorige programma Spaak kregen we in 2005 de Poelifinario in Nederland. Het is misschien wel de belangrijkste prijs op ons terrein. Als je dan begint aan de opvolger probeer je te denken: maak gewoon wat je wilt maken. Hou geen rekening met verwachtingen. Maar het was niet evident.´

Raf: ´Druk is er altijd. Het is inherent aan podiumkunst. Zoeken naar een vorm om het publiek te bereiken. Maar je hebt al twaalf programma´s gedaan. Je wilt steeds verder: meer diepgang, meer to the point.´

Mich: ´De try-out in het Witte Theater in IJmuiden was het dieptepunt. Het was de vijftiende keer, ik Hep van het podium af en ik wist dat het erg was wat ik ging zeggen maar ik zei het toch: ik sped dit niet graag.´

Raf: ´Dan is het einde zoek, als je er geen plezier aan beleeft.´

Mich: ´De directeur kwam de kleedkamer binnen. Fantastische voorstelling, jongens, zei-ie.Wij zaten compleet aan de grand. Hij schrok zich kapot.´

Raf: ´Het was te zwaar op de hand. Dat is het altijd wel, als we beginnen te schrijven, maar dit keer bleef het zo. De relativering ontbrak. Als iemand op een podium geen afstand kan nemen van zijn materiaal, als een acteur echt moet huilen, dan is dat volgens mij nauwelijks ontroerend. Als je los durft te laten, als je al die zwaarte met een grap, hoe klein ook, draaglijk maakt, is het interessant.

Pas na vijftig try-outs, het was meen ik inTerneuzen, voelden we dat de mix in evenwicht was. Maar dit was de moeilijkste zwangerschap, de zwaarste bevalling die we hebben doorstaan.´

Raf: ´Als je er een stempel op moet plakken, dan komt cabaret het dichtst in de buurt.´ Mich: ´Het is geen comedy.´ Raf: ´Het is geen toneel, het is geen concert. We spelen zonder vierde wand. We komen op. We zeggen: goedenavond dames en heren. Dan volgt, dat hopen we toch, de humor en de ontroering. Dat is cabaret. Theater, muziektheater, dat is te serieus.´

Mich: ´We houden het publiek een spiegel voor. We stellen vragen. We laten de worsteling met het leven zien, in al zijn facetten.´

Raf: ´We hebben het tot nu toe eigenlijk vooral over de liefde gehad. In Wolf zijn we voor een keer zeer uitgesproken, uitgesprokener dan we ooit zijn geweest. Woedend, over de vreselijke dingen die in naam van God worden aangericht. Maar zo stelling nemen staat niet ver af van wie we nu zijn. Verontwaardiging over de gebeurtenissen in de Gazastrook bijvoorbeeld, neem je ook mee het podium op.´

Mich: ´We durven het nu pas, we kunnen het ook. Het was eerst veiliger om het over universelere thema´s te hebben.´

Raf: ´Maar het gebeurt bij ons niet vanuit de gedachte dat cabaret geengageerd moet zijn. Voor mij voelt het als een logische ontwikkeling. Het zit al lang in ons. Je werkt in zekere zin toch altijd autobiografisch, je vertelt over wat je meemaakt, over hoe je je voelt. We zijn geen kerels van 25 meer.´

Mich: ´We willen niks gratuit meer doen.´

Raf: ´Je schrijft eigenlijk nooit over luchtige, positieve dingen. Je zoekt altijd naar tragedie en drama. Dat op scene brengen, en dan relativeren. Onze inspiratie zit bij degene die omver wordt geblazen door de wind, of uitglijdt over een bananenschil, snel weer opkrabbelt en kijkt of niemand het gezien heeft. De Standaard schreef: het gaat bij hen over het mank lopende leven. Dat klopt: wij vertrekken altijd vanuit iemand die mankt. Het is de blues, eigenlijk. De Vlaamse blues, absoluut.´

Raf: ´Ons vader is leraar technische vakken geweest en eigenaar van een dancing in Essen, maar er zit een theatrale man in hem. Op feestjes staat hij graag tussen de schuifdeuren. In de kofferbak van zijn auto zit altijd een Dorus-outfit. Een regenjas, een hoedje. Iwee motten kan altijd worden gezongen.´

Mich: ´Als we ergens zijn waar vrijwel niemand hem kent, komt hij toch al na tien minuten naar ons toe en dan fluistert hij: wat denk je, kan het al?´

Raf: ´Wij zouden het niet durven. Het is op het genante af, soms.´

Mich: ´Ik scheel 3,5 jaar met Raf. In je jeugd is dat net iets te veel om interesses te delen.´

Raf: ´Ik speelde in bandjes, vanaf m´n l4de. Mich kwam wel kijken, met grote ogen. Later deed hij mee, als zanger. Al snel bleven we met z´n tweeen over.´

Mich: ´Dan stonden we in het dorpshuis van Essen. Liedjes, mime en dan wat gesproken teksten erdoor. Wanneer was het, ´85, ´86? Die vorm is eigenlijk niet veranderd, na meer dan twintig jaar.´

Raf: ´Met Kommil Foo begonnen we echt, toen ik psychologie studeerde in Gent. Daar ging ik veel naar theater. Ik wilde van alles: toneel spelen, toneel schrijven, regisseren. Jij was in die tijd meer een blanco blad.´

Mich: ´Ik ben nog steeds een blanco blad.´

Raf: ´Van cabaret wisten we bar weinig, toen. Ja, Urbanus, die kenden we. Onze ouders hadden platen van Toon Hermans, Paul van Vliet, Herman van Veen. Maar van Bram en Freek hadden we nog nooit gehoord. Die kwamen voorbij toen ik al 30 was. We hadden geen voorbeelden. Misschien was het een voordeel. Je gaat het podium, op en dan kan alles. Het voelt als een speeltuin.´

Mich: ´Jij schrijft het meest.´

Raf: ´Jouw talent is tijdens de repetitie of op het podium plots iets te creeren, en ik ben iemand die over zo´n moment al twee jaar aan het nadenken is. Mich doet iets lulligs met een bezemsteel, ik peins me suf over een rijmwoord. Ik denk elke dag wel dat ik een wereldidee heb. Dan kom ik met iets, dan doet Mich er iets heel anders mee, en pas dan ldopt het. In het begin was ook de rolverdeling op het podium ldassiek. Ik was de aangever, Mich de afmaker. Mich was de domme August, ik was Pferrot. Dat is nu wel weg, geloof ik. Zeker in deze voorstelling moet je meer moeite doen om het te doorzien. Uiteindelijk is het resultaat echt iets van ons samen.´

Mich: ´De som is meer dan de delen.´

Raf: ´Op het Amsterdams Kleinkunstfestival in 1989 vond de jury het niks. Stoppen als duo, was het advies. Het was beter op te gaan in een groter geheel. We schrokken ons te pletter. Die botheid, die hardheid, die kenden we in Vlaanderen niet. We hadden tot dan alleen ervaring opgedaan in jeugdhuizen en studentencafes. Daar stonden we op het biljart. De jury zag de potentie niet. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Een zin op het podium zeggen die echt werkt, daar heb´ je jaren ervaring voor nodig. Aan de andere kant: drie jaar later wonnen we het Camarettenfestival.´

Mich: ´Je kunt alleen maar terugkijken en zeggen: wie we toen waren zijn we nu niet meer. Je moet samenvallen met wie je bent. Wat je vijftien jaar geleden met voile overtuiging deed, zou je nu niet meer kunnen doen.´

Raf: ´Onze werkwijze is niet veranderd. Voor het schrijven van een programma gaan we eerst enkele weken naar een Grieks eiland,

Antiparos, dan twee maanden met twee regisseurs aan de slag, en vervolgens vier maanden tryouten in Nederland. Jullie hebben een fantastisch circuit van Ideine zaaltjes, waar ruimte is om kwetsbaar te zijn, om in de luwte iets te proberen. Het verschil is dat we vroeger op dat eiland het ene idee na het andere uitwerkten en dat we nu vijf dagen over een idee aan het palaveren zijn. We zijn veel kritischer geworden. Vreemd eigenlijk: je wint aan vakmanschap, je hebt meer controle, maar het wordt niet gemakkelijker. Je hebt twintig jaar bagage. Het oordeel komt vaak te snel. Je wilt jezelf vooral niet herhalen. De waarde van een idee dreigt dan uit het oog te raken.´

Mich: ´We weten beter wat wel en niet kan.´

Raf: ´Natuurlijk leer je. Voorheen dachten we een scene die misschien inhoudelijk niet zo sterk was, wel te kunnen redden door op energie te spelen. Maar kracht ontwikkel je door net geen kracht te zetten.´

Mich: ´Vroeger waren er veel meer toeters en bellen. Nu is het naakter. Puurder. Geen decors meer, geen kostuums.´

Raf: ´Het fysieke element is minder, maar ik geloof dat er wel iets voor in de plaats is gekomen. Een van onze eerste voorstellingen was Plank. Toen praatten we bijna niet. Nu richten we ons meer tot het publiek.´

Mich: ´We durven nu ook lange stiltes laten vallen.´

Raf: ´We hebben nog nooit zo relaxed op het podium gestaan als in deze voorstelling.´

Raf: ´Misschien is het teleurstellend, maar ik merk niet zo veel verschil tussen Nederlands en Vlaams publiek.´

Mich: ´Misschien dat ze bij jullie ietsje uitbundiger zijn. Het openbare leven is sowieso wat luidruchtiger.´

Raf: ´Ik denk dat Nederlanders eerder naar een cabaretvoorstelling gaan in de verwachting dat er eens flink gelachen kan worden. Bij Vlamingen speelt dat wat minder. Die gaan niet naar cabaret, die gaan naar Kommil Foo.´

Mich: ´In Nederland weten ze inmiddels ook wel wat ze bij ons te wachten staat.´

Raf: ´In Vlaanderen zit het vol bij ons, in Nederland niet. Hoe dat komt? Tja. Waarom zat het hier bij Bram Vermeulen altijd vol? Waarom zit het in Nederland bij Maarten van Roozendaal, voor mij de beste die er bij jullie rondloopt, niet vol? De, laat ik zeggen, lachdwang is bij ons misschien minder. Ik moet oppassen met wat ik zeg, want ook hier zie je steeds meer lach of ik schiet-voorstellingen. Pretcabaret. Het vertrappelt zo veel. Humor is slechts een van de vele elementen die mogelijk zijn op het podium. Als na afloop iemand naar ons toe komt en zegt dat het heel erg leuk was, dan heb ik daar moeite mee. Je wilt veel meer zijn dan leuk. Bram wilde ook niet leuk zijn. Maarten ook niet. Je wordt er wel op beoordeeld. Wat zeker anders is: de Vlaming heeft een aangeboren schuwheid voor het wijsvingeitje. Bij jullie kan het wel. Jullie hebben altijd moralistische cabaretiers gehad.´

Mich: ´Wij gebruiken meer absurde verhalen als vorm om iets te vertellen.´

Raf: ´Ik vind ons niet absurdistisch.´

Mich: ´Jawel toch. Een Jiefdesrelatie tussen een beer en een eekhoorn die we in Wolf neerzetten is absurdistisch.´

Raf: ´Het is een parabel, een sprookje. Je kunt moeilijk zeggen dat Roodkapje absurdistisch is.´

Mich: ´Een sprekende wolf, die grootmoeder opeet en in bed gaat liggen, dat is behoorlijk absurdistisch.´

Raf: ´Eigenlijk verbaast het me meer dat we in Vlaanderen voor volle zalen spelen dan dat het niet overal storm loopt in Nederland. Er is zo´n overaanbod, er is zo veel plat vermaak. En toch komt men massaal naar ons. Blijkbaar wordt de behoefte aan een zekere meerwaarde, aan gelaagdheid, aan wat moeilijkere dingen, toch nog onderschat.´

Wolf, Kommil Foo. 21 januari, Cultureel Centrum Jan van Besouw, Goirle.

Tournee. www.kommilfoo.be.

Raf Walschaerts Mich Walschaerts

1965 Geboren in Essen
1969 - Geboren in Essen
1977 -1983 Gymnasium Essen
1981 -1984 Technische school Kalmthout
1983 -1988 Klinische psychologie Rijks Universiteit Gent
1984-1987 Studie menswetenschappen Kalmthout
1987 Debuut Kommil Foo in studentenclub Gent
1992 Winnaar Camarettenfestival met Plank
2003 Best of-tournee met dvd en cd 1
2005 Poelifinario voor Spaak

Publicatiedatum: 
zaterdag 12 december 2009
Verschenen in: 
De Volkskrant
Productie: