Van de sterrenhemel tot het tranendal

cabaretkommil foo bezingt de ´lof der waanzin´

Gent, Van onze medewerkster, Liv Laveyne

Anno 1987: de broers Raf en Mich Walschaerts doorstaan met klamme handjes hun eerste optreden als Kommil Foo in een studentencaf?e Gent. Vijftien jaar later, een dosis tv-bekendheid en vijf cabaretprogramma´s rijker staan ze er nog. Alleen bezorgen zij nu het publiek klamme handjes. De tot de nok gevulde gloednieuwe Handelsbeurs schokte van het lachen, slikte de traan weg en besloot toen maar ´onwennig bij zoveel emotie´ haar appreciatie te tonen zoals dat de publieke gewoonte is: met een staande ovatie.

Nam Kommil Foos vorige programma IJdele hoop aanvang met de oerknal, dan is het in Lof der waanzin alweer een zootje in de hogere regionen. God schiep de mens immers naar zijn beeld. Volgens Walschaerts-logica betekent dat dat de goden na hun werk evengoed aan de toog hangen en zuipen. De god van de donder en de god van de jacht raken slaags in de melkwegbar. Drie goddelijke snijtanden sneuvelen en belanden op aarde. Dat blijft niet zonder gevolgen. Van poes Minoes tot de apocalyps: it´s a small step voor de broertjes Raf en Mich.

Ze rijgen de verhaaltjes schijnbaar losjes aaneen: over Jef, die - getroffen door de goddelijke snijtand - een relatie met het meisje van kassa 12 begint, en de minnaar die zijn lief ´met heel zijn romp´ bemint. Kommil Foo brengt absurdisme, maar met tederheid voor het leven en een zwak voor wat heet de ´typische Vlaamsche huiskamer´. Hun fijnbesnaarde teksten houden de waanzin dicht bij de mens als een masker op het gezicht. Benauwend en confronterend voor wie erachter zit, grappig voor wie er van op afstand kan naar kijken.

Zo blijkt Lof der waanzin uiteindelijk een handig ineengestoken mensenpuzzel vol liefde en seks, dood en verlies, genegenheid of het gebrek eraan. Want dat drijft de mens tot waanzin, doet hem vluchten uit de realiteit en maakt van de fantasie ook buiten het podium het enige redmiddel: een schoolmoe kind schrijft in een afscheidsbrief aan meester Frank dat hij astronaut wordt terwijl de bejaarde Jefke de dood van zijn vrouw niet kan verwerken en dan maar haar leven overneemt.

Kommil Foo weet letterlijk en figuurlijk de gevoelige snaar te bespelen. Korte sc?s worden gevolgd door een bijpassend lied dat de emotiemeter nog net iets meer de hoogte injaagt. Een sobere Raf begeleidt op piano of gitaar de uitbundige Mich die met schuurpapieren stem het eelt van onze ziel raspt, nu eens Stef Bos dan weer André Hazes achterna.

Voordat dat vaste schema zou kunnen vervelen, wordt af en toe een variatie ingelast: een soundstory met tuin- en keukenspullen of een intiem schimmenspel tussen twee geliefden. Die omhelzing is ook een realiteit tussen de broers en die eerlijkheid charmeert. Het spelplezier druipt er vanaf en als een van hen in zo´n sfeer een steek laat vallen, wordt hij door het publiek enkel nog liever gezien.

De eindscène met huilende paardenkop op de tonen van Sinatra´s ´My Way´ was evenwel jammerlijk over the top. Maar toen een gevleugeld paardje omhoog werd gehesen, leek het te vroeg om deze twee heemskinderen met hun liederen vol leute en leed terug hemelwaarts te laten keren.

WAT: Lof der waanzin

WIE: Kommil Foo geregisseerd door Wim De Wulf

WANNEER EN WAAR: morgen in CC De Borre (Bierbeek), 26/10 CC De Adelberg (Lommel), 27/10 CC De Valkaart (Oostkamp). Daarna trekt Kommil Foo nog tot eind mei 2003 langs de Vlaamse cultuurhuizen. De meeste voorstellingen zijn echter uitverkocht. Voor extra voorstellingen zie www.kommilfoo.be

ONS OORDEEL: Kommil Foo doet zijn naam alle eer aan: cabaret zoals het altijd zou moeten zijn.

Publicatiedatum: 
donderdag 10 oktober 2002
Verschenen in: 
De Morgen
Productie: