Onder schot gehouden door kommil foo in antwerpen

Jan De Smet

Wolfijzers, schietgeweren en lachsalvo´s

De broertjes Walschaerts zijn weer druk bezig de Vlaamse en Nederlandse podia stormenderhand in te nemen. Hun recentste productie is een best of uit een oeuvre van vijftien jaar. Zo jong en al aan het jubileren. Een beetje krenterig toch om ons ter gelegenheid daarvan niet te trakteren op nieuw materiaal.

De latere producties van Kommil Foo zijn altijd grote vertellingen geweest waar alle liedjes bij aansloten. Omdat Wolfijzers en schietgeweren een bloemlezing is, valt die typisch cabareteske eenheid weg. Wel loopt nog een aantal motiefjes door een voorstelling waarin archetypische figuren volgens het beproefde procéde van een lach en een traan voor een sterk inlevende sfeer zorgen.

Meer ab ovo kun je niet beginnen dan met de schepping van de wereld. Grootvader Walschaerts zingt aan het bed van zijn twee ´klein mannen´ het familielied. Hij vertelt, voor de 375.000ste keer nog maar, over de oerknal. In wat volgt schetsen Raf en Mich Walschaerts zeer herkenbare wezens wier wereld doordrongen is van de poëzie van het alledaagse. Dat levert ontroerende en lieftallige tafereeltjes op of legt in hees gejank bloot hoe in elk mens meelijwekkend veel wanhoop, eenzaamheid en zelfbegoocheling verborgen zit. De dood, hunkering naar liefde en afwijzing zijn niet te bannen verstekelingen die meereizen op de nietige mens zijn tocht.

Van daar naar een broodje-aapverhaal of doldrieste kolder over een prinses die zich na een kosmische neukpartij eigenares van het universum mag noemen, is maar een stap. De broers zetten hun publiek bovendien toch zo graag op het verkeerde been. Muisstil en tot tranen geroerd laat de zaal zich vertederen door een soldatenbrief. Helemaal de heren Walschaerts om de mensen op zo´n gevoelig moment een neus te zetten. Boys will be boys.

Behalve het narratieve bestaat Kommil Foo bij gratie van een op zijn minst even sterk onderbouwd muzikaal gedeelte. Soms loopt de muziek zonder veel omhaal mee met de tekst of wordt er losjes gejamd. Een andere keer volgen op prachtige, gevoelige liedjes als ´Atlantis´ en ´Hotel ijdele hoop´ een Bobbejaan Schoepen-achtige cowboyballade en een André Hazes-levenslied. Het gaat altijd razendsnel van de ene kant van de emoschaal naar de andere. De brok in de keel slik je momenten later weg met een bulderlach.

Veel van de visuele humor is opgezet vanuit een interactie à la Laurel en Hardy. De kleine is altijd de pineut, zo lijkt het, maar uiteindelijk trekt hij aan het langste eind. Hun samenspel, soms heel fysiek van aard, zit altijd perfect. De minste aanzet van een beetje lichaamstaal volstaat voor hen om te communiceren, zonder dat dat minimalisme verloren gaat voor hun publiek. De gebroeders Kommil Foo bekijken de wereld door dezelfde bril. Hun waarneming begint bij de kinderlijke verwondering waarmee ze de wereld zijn blijven bekijken. Op de affiche staan dan ook echt twee ´jongskes´ die op de dag van hun plechtige communie met dichtgeknepen billen aan het kerkportaal poseren voor een familiekiekje. En zoals altijd als ze de vergeetputjes van hun geheugen opengooien, klitten het grappige en het weemoedige samen.

Mogen hun wegen zich nooit scheiden.

WAT Wolfijzers en schietgeweren

WIE Kommil Foo

Waar en WANNEER 16/11, Arenbergschouwburg, Antwerpen.

Onovertroffen combinatie van humor, toneel, cabaret, vertel- en muziektheater

Publicatiedatum: 
maandag 24 november 2003
Verschenen in: 
De Morgen