Lachen of huilen - een existentieel vraagstuk?

- door Jan-Jakob Delanoye -

Gemakkelijk kan het niet zijn, om na 'Spaak' (2005) en 'Wolf' (2008) een nieuwe voorstelling te moeten maken. Een best of hier en een project met uitgebreid ensemble daar lieten vermoeden dat Raf en Mich Walschaerts, het broederlijke duo dat samen Kommil Foo vormt, inspiratie te kort had. Naar 'Breken' was het daarom erg uitkijken en een overladen Capitole vroeg zich in gespannen anticipatie af: kunnen ze het nog, het publiek ontroeren, 'ten prooi aan vertwijfeling of er nu gelachen dan wel gehuild moet worden' (zoals de flyer Kommil Foo's stijl treffend samenvat)?

Het antwoord is duidelijk: ja. Een stiel verleert men niet en los van wat het duo aan 'moppen' bij elkaar heeft geschreven, schuilt een enorm genot alleen al in hoe de twee met elkaar omgaan. Non-verbaal perfect op elkaar ingespeeld, zowel qua dynamiek in het acteren (niet té groot, maar wel groot genoeg dat ze het op de achterste rijen nog goed kunnen zien) als qua timing. Ook het evenwicht is (alweer) subliem: het anderhalf uur is zo om en het tempo ligt opmerkelijk hoog, met enkele mierzoete ballades als prachtige rustpunten. Mich ontpopt zich eens te meer als aanstekelijk komediant, zich perfect bewust van elke beweging of stembuiging die hij maakt. Raf is meer de verteller, van wiens woordenvloed je geen letter wil missen. Samen maken de twee uiteraard nog altijd muziek: deze keer geen hits zoals 'Spaak' er vol van zat, maar wel nummers die - zoals altijd - helemaal in het plaatje van de voorstelling passen.

De centrale vraag in 'Breken' is 'of een mens in een luciferdoosje past'. Vanuit dat absurde openingscitaat bouwen de broers een hilarische voorstelling op, waarbij ze op het einde de cirkel speels rond maken. Daartussen zitten mooie visuele vondsten, diverse liederen en natuurlijk de kenmerkende vertelsels waarin humor en tragedie hand in hand gaan.

Is 'Breken' dan even goed als beide vorige shows? Waarschijnlijk niet: zoals gezegd ontbreken de hits die dagenlang blijven hangen, en in zijn geheel lijkt het alsof dit duo een iets meer onbehouwen weg heeft ingeslagen. De intimiteit waarin de broers zich tijdens 'Spaak' in groezelige culturele centra te lande helemaal uitkleedden, schemert momenteel veel minder door. Deze opmerking kan echter ook een technische basis hebben: het aantal decibels waarmee het Capitole af en toe overstelpt werd, balanceerde op het randje van het aanvaardbare. Dat op zich kan misschien de oorzaak zijn van het gevoel dat deze theateravond iets minder ingetogen verloopt.

Alles bij elkaar genomen blijft 'Breken' echter een superieur theaterproduct. Het publiek ervoer dat niet anders en Gent werd getrakteerd op twee bisnummers. Ten eerste 'Mijn gezelschap', waarin Raf met de aarzelende humor uitpakte die Kommil Foo in 'Breken' niet langer bedrijft. Een eigengereide succesformule wordt kortom gelaten voor wat ze is: in zichzelf eindeloos herhalen hebben de broers duidelijk geen zin. In het slotnummer liet het duo vervolgens de hele zaal meebulderen dat we 'allemaal de pijp uit gaan'. De dood in het aangezicht lachen, met 2000 man in koor: is dat komisch, of toch vooral tragisch?

'Breken' is kortom Kommil Foo in een nieuw jasje, waarin de geijkte aanpak niet opnieuw wordt beproefd. De nieuwe voorstelling is kortom écht nieuw, maar nog altijd authentiek. Een moedige keuze van de Walschaerts, en het resultaat is zeer straf. Want of er nu meer gelachen werd dan gehuild of omgekeerd: geen ander ensemble in de lage landen doet hen dit na.

Publicatiedatum: 
maandag 30 april 2012
Verschenen in: 
Cutting Edge
Productie: