Kommil Foo viert tijdens de Gentse Feesten zijn 15-jarig bestaan

Kommil Foo viert tijdens de Gentse Feesten zijn 15-jarig bestaan met een reeks van tien ´best of´-concerten. Het is de voorbode van ´Wolfijzers en Schietgeweren´, hun najaarstournee die de fijnste liedjes en conferences verzamelt. Mich Walschaerts geeft uitleg vanuit Griekenland.

Door Peter Van Dyck

´Kommil Foo Zingt´ van 19 tot 28/7 in het Groot Huis Publiekstheater, St Baafsplein in Gent.

Hoe zou je 15 jaar Kommil Foo bondig kunnen samenvatten?

Als hard werk. We zijn begonnen in café boven op de biljarttafel. We zijn nooit een hype geweest, maar zijn stelselmatig gegroeid. Zeker in Nederland kwamen we zelden op tv. Het gevoel schouwburg na schouwburg te veroveren, was heel prettig.

Die ´best of´, zijn dat jouw lievelingen of de publieksfavorieten?

Het zijn de liedjes waar we ons het best bij blijven voelen. Hoewel we intussen in totaal al een zestigtal nummers hebben, verliep de selectie ongelooflijk vlot. Het is verbazend hoe zelfs sommige cabareteske songs na al die tijd overeind blijven. Je zou denken dat je na vijftien jaar de trucs van het songschrijven kent: nee dus. Een aantal liedjes moeten we tekstueel wat bijschaven. Daar zijn we nu hier in Griekenland mee bezig.

Je bent dus op werkvakantie?

Een beetje toch. Het is stilaan een traditie om hier aan een nieuwe show te werken. We worden hier niet afgeleid en we krijgen geen telefoon (behalve van lastige Focus-medewerkers, pvd).

Moet je de batterijen opladen voor een drukke zomer?

Dat valt best mee. Het voordeel van in het theatercircuit te zitten, is dat we in de zomer op onze motor kunnen springen om op reis te vertrekken en uit te blazen. We zouden wat festivals kunnen doen, maar na een goed gevuld theaterseizoen hebben we het toch wel wat gehad. We houden het dus bij de Gentse Feesten.

Welke boeken zitten in je reiskoffer?

Boeken van spionageauteur John Le Carré en van Philip Roth. Die laatste is mijn lievelingsschrijver. Knap hoe hij op de grens van realisme en fantasie balanceert.

Je woont al vijftien jaar in Gent. Hebben de Gentse Feesten nog altijd dezelfde weerklank?

Toen we hier kwamen wonen, was het al redelijk gecommercialiseerd. Het is zoeken om tussen de hamburgerkraampjes je weg te vinden. Met het gevaar dat je ergens bij een biertent blijft hangen. Zo heb ik al enkele Fieste letterlijk verdronken (lacht). Dit jaar niet, want mijn hoofd moet helder blijven.

Ga je nog tijd hebben om zelf wat van de feesten mee te pikken?

Toch wel. Ik heb me al dikwijls voorgenomen om me in te schrijven voor een culturele wandeling. Hopelijk komt het er dit keer ?t van. Verder wil ik Kevin Coyne niet missen. Die man is zo ruw en puur. ´t Hof Van Commerce zegt me ook wel wat. Zij hebben een bewonderenswaardige drive.

Ben je een verwoed festivalganger?

Nee. Ik sta niet graag tussen de massa. Ik hou meer van intieme optredens. Zelfs toen ik zestien was, zei Rock Werchter me weinig.

Als je in je tuin een festival kon organiseren, wat zou je droomaffiche zijn?

Wannes Vandevelde, absolute topper van eigen bodem, mag niet ontbreken. Omdat we in Vlaanderen weinig collega´s hebben die in dezelfde hoek zitten, zou ik ook De Schedelgeboorten en De Nieuwe Snaar erbij willen. En top of the bill zijn Van Morrison en Ray Charles. Als zangers zijn zij onovertroffen. Franjeloos, maar hoe op een podium staan! Iemand als Van Morrison is te nemen of te laten. Hij is een voorbeeld voor ons.

Ben je onlangs nog kapot geweest van een concert?

Van Massive Attack, in Amsterdam. Heel straf. Die gasten engageren zich ongegeneerd. Evident is dat niet voor een groep van dat niveau. Ik hou van artiesten die tonen waar ze voor staan. Met Kommil Foo doen we ook ons eigen ding, en toch bereiken we een breed publiek. We beseffen steeds meer wat een luxe het is om van elke productie 240 voorstellingen te kunnen geven.

´Ik hou van artiesten die tonen waar ze voor staan.´

Publicatiedatum: 
vrijdag 10 oktober 2003
Verschenen in: 
Artikel
Productie: