Kommil Foo: "Elke seconde van een concert moet impact hebben op het publiek"

Door: Dirk Fryns

Voor de concertreeks ‘Kommil Foo in concert’ omringen de gebroeders Walschaerts zich drie weken lang met een achtkoppige band om diep in hun hele oeuvre te duiken.

‘Kommil Foo in concert’ belooft de mooiste, beste, ontroerendste, grappigste en meest memorabele liederen. Mich en Raf kunnen dan ook kiezen uit een output van meer dan twee decennia waarin ze naast een heel eigen podiumtaal ook muzikaal een herkenbare stijl hebben ontwikkeld. Naar goede gewoonte is een Kommil Foo-song een universum op zich. De stevige basis laat voldoende nieuwe interpretaties toe waardoor de houdbaarheidsdatum nooit in het gedrang komt.

Raf: “We hebben door de jaren heen heel wat songs geschreven, maar enkel de sterkste exemplaren krijgen een leven op het podium. Er is nagedacht over elk woord en elke noot. Wat niet betekent dat zo’n nummer dode materie is die enkel kan herkauwd worden. Je wordt beter als tekstschrijver en als muzikant. Bovendien word je ook ouder, waardoor je weer andere inzichten krijgt. Op die manier kan een nummer verschillende levens hebben.”

Tijdens een theatervoorstelling ligt de focus helemaal op jou en Mich, maar nu staat er een achtkoppige band achter jullie. Biedt dat iets meer comfort?

“Comfort is niet het juiste woord. Ook nu willen we dat elke seconde een impact heeft op het publiek. (lachend) Mich en ik hebben een bijzonder groot verantwoordelijkheidsgevoel. Al hebben we nu af en toe de luxe om vanaf de zijlijn te luisteren naar een solo. We zijn meer jazz georiënteerd de laatste jaren dan rock of pop. Dat resulteert soms in een lange intro of outro of een solo die alle tijd krijgt om een verhaal te vertellen. Maar het blijft onze show en onze muziek. De connectie met het publiek moet er van de eerste tot de laatste noot zijn.”

“EEN NUMMER HEEFT VERSCHILLENDE LEVENS”

Ik kan me voorstellen dat dit drie intense weken zijn die tegelijkertijd ook zeer verfrissend werken.

“We zijn het gewend om zeer lang te toeren met een productie. Meer dan tweehonderd, soms driehonderd shows en dat twee jaar aan een stuk. Dit is veel korter en zeer intens, maar het geeft toch een soort speeltijdgevoel. Het voelt bevrijdend aan om je volledig te kunnen toeleggen op de muziek.”

En toch blijft het ergens nog een theaterproject?

“Dat zal het ook altijd blijven want daar liggen onze roots. Inhoudelijk zijn onze songs de laatste tien jaar enorm gegroeid. Het publiek krijgt veel informatie over zich heen en de woorden spelen nu eenmaal de hoofdrol. Daarom wordt er ook gemusiceerd in functie van het verhaal dat een nummer vertelt. We mogen dan nog met zijn tienen op scène staan, we blijven ondergeschikt aan de song. Het is ook zo gegroeid. Tijdens de jaren 90 schreven we nog veel pop- en rocksongs en dat doen we nu nog nauwelijks. Onze weg ligt echt wel in het theater en daar moeten onze nummers ook gespeeld worden. We hebben nood aan een zittend en aandachtig publiek omringd door een omgeving die tot luisteren uitnodigt. Dat is een luxe die we onszelf gunnen, maar uiteindelijk ook de toeschouwer ten goede komt.”

Met muzikanten als o.a. Gwen Cresens (accordeon, bandoneon), Cesar Janssens (drums), contrabassist Ben Faes of Alano Gruarin (piano) kan je alle hoeken van het podium opzoeken. Maar wat zoeken jullie in een muzikant die Kommil Foo vervoegt?

“Het zijn mensen die we al jaren kennen. We weten dat ze niet alleen met een ongelooflijke focus, maar ook met een zeer open geest musiceren. We hebben vijf dagen intens gerepeteerd voor deze productie. Tijdens die repetities is het meer gegaan over de opbouw van het verhaal dat puur over de muziek. Spanningsbogen zoeken, aftasten waar de muziek het van de tekst overneemt of wanneer er gas moet worden teruggenomen. Met deze groep kunnen we bewust omgaan met impact, inhoud en muzikaliteit en de zaken in vraag stellen. (lachend) Deze jongens kunnen heel goed niet spelen. Meer is minder en als we dan toch met zijn tienen samenspelen, moet het ook juist zijn. We blijven elk detail belangrijk vinden en deze muzikanten hebben meer chanson en jazz in hun lijf dan rock. En op dit moment in ons leven hebben we zo’n mensen nodig.”

Het moet als songschrijver heerlijk zijn om je nummers door de jaren heen te horen in verschillende gedaantes.

“Het blijft verwonderen. Het feit dat ik ooit – al dan niet met Mich – aan de koffietafel een nummer schreef en dat die creatie door de jaren heen opnieuw geboren hoor worden, is heerlijk. De arrangementen van Gwen blijven verrassen.”

Hoe hard hebben de songs onderling moeten vechten voor een plaatsje?

“Het ‘kill your darlings’-principe moet je wel toepassen wanneer je meer dan tien platen gemaakt hebt. Je wil eigenlijk alles spelen en met deze jongens is dat ook mogelijk. Eigenlijk is heel deze tournee een soort veredelde plaatopname. We nemen de laatste concerten op en zullen daar een nieuw album van maken. De link naar de laatste voorstelling ‘Schoft’ is er natuurlijk en zowel Mich als ik hebben een solovoorstelling gedaan waaruit ook wat liedjes komen. Naast ‘klassiekers’ als ‘Ruimtevaarder’ of ‘Madrid’ heb je toch een dertiental songs die nog niet op plaat zijn verschenen. We hebben ook nooit grote hits gehad. Wel een trouw publiek dat openstaat voor nieuwe zaken, maar ook met een fris paar oren naar het verleden wil luisteren.”

Net als bij Toots laveren jullie songs tussen een lach en een traan, ze mogen schofferen en zalven.

“We zijn soms schaamteloos soft en vol mededogen maar steken evengoed een tirade af tegen alles wat er fout loopt. Zo spelen we ‘Potvis’ en ‘De Volgende’ na elkaar en qua contrast kan dat tellen. En het publiek is bereid te volgen. Gelukkig maar…"

Publicatiedatum: 
dinsdag 10 januari 2017
Verschenen in: 
Metro NL