Kijken naar Kommil Foo is als rondlopen in een luxe hotel ★★★★

Cabaret KOMMIL FOO • Wat: Schoft • Regie: Ineke Nijssen & Walter Janssens • Gezien 19/2, De Kleine Komedie ****

Door: Mike Peek

In de bedrieglijk nuchtere openingsscène van Schoft ligt Raf Walschaerts vrijwel bloot op een tafel. Zijn broer Mich beschrijft dit vreemde wezen nauwkeurig. Die twee stronken? Daar rust zijn lichaam op. Een lichaam dat misschien robuust lijkt, maar in werkelijkheid zeer kwetsbaar is. Zijn knieën zijn geschaafd van het kruipen en er zitten wondjes tussen de tenen omdat hij te vaak naast zijn schoenen liep. Maar de belangrijkste eigenschap van De Mens zit in zijn hoofd: hij is van wieg tot graf bang om te sterven.

Kijken naar het Vlaamse duo Kommil Foo is als rondlopen in een oud, luxe hotel met vloeren van marmer: de broers stralen kracht, klasse en grandeur uit. Waar hun vorige voorstelling, Breken, zeer persoonlijk was, geven ze met Schoft hun visie op de mensheid. Het is geen chronologisch geheel, maar een collage van verhalen en sketches waarin Raf vaak symbool staat voor de mens en Mich hem als een neutraal wezen van een afstandje bestudeert. Soms maakt de mens hem trots, als een zwarte vrouw in de bus weigert op te staan voor een witte passagier. Soms drijft de mens hem tot waanzin, als hij anderen gijzelt of het bed induikt met de vrouw van een goede vriend.

Schoft is dus geëngageerder dan we van Kommil Foo gewend zijn. Heel even dreigen ze zelfs in de val te stappen van de makkelijke maatschappijkritiek. De scène die de weldoorvoede mannen in een restaurant plaatst, waar ze uitzicht hebben op een hongerige zwerver (die weer symbool staat voor alle zwervers wereldwijd) is nogal plat en heeft hoogstens uitgekauwde zeggingskracht. 

Gelukkig vinden ze al snel weer fraaiere, poëtischere ingangen. Zoals het verhaal over hun tante Lies, die vroeger een boerderij had waar de broers 's zomers logeerden. Een sterke vrouw met een groot trauma. Ze maken er aanvankelijk een dolkomische sketch van, om de lach vervolgens rigoureus de nek om te draaien. Zoals vaak bij Kommil Foo blijkt de ware vijand onzichtbaar. De vijand, dat is een spook, herinnering of gevoel. Met geen honderd messen te verslaan. 

Langzaam valt het kunstmatige onderscheid tussen de broers weg. Onder hun sombere gedachten (Ze zingen 'De mens heeft een inborst van fluweel?', waarop het publiek moet antwoorden: 'Integendeel!') schuilt de overtuiging dat onze gekmakende imperfectie draaglijker is als we elkaar omarmen. Dat er troost schuilt in overgave en samenzijn. Die troost klinkt ook door in weer flink wat ijzersterke liedjes, die, meer nog dan om hun prachtige woorden, opvallen door hun onverzettelijke geluid. Vooral Mich heeft een stem van graniet en zingt dat we toch elke ochtend onze schoenen moeten aantrekken, hoe broos geluk ook is. Een cliché misschien, maar tranentrekkend mooi gebracht.

En dan is daar opeens, uit het niets, meters van de grond, hét beeld van de avond. Een poedelnaakte Mich die de mens in een paar minuten van pasgeboren baby naar terminale bejaarde acteert. Hij krijst. Eerst om zijn mama. Dan om liefde. En tenslotte om het leven zelf. Alleen loslaten is moeilijker dan blijven ploeteren. 

Publicatiedatum: 
maandag 22 februari 2016
Verschenen in: 
Het Parool
Productie: