De stoel van Raf Walschaerts ★★★

Door Els Van Steenberghe op 1/12/2013 in Knack

De stoel van Raf Walschaerts ★★★

Bonkig, bruut en kwetsbaar als De bedelaar van Constant Permeke. Zo schrijdt Raf Walschaerts over de koud belichte scène in zijn tweede solovoorstelling Jongen toch. Er staat uitsluitend pure klasse op het toneel. Walschaerts in maatpak, geflankeerd door een glanzend zwarte vleugelpiano, een gitaar én een stoel. De stoel waarop Rafke uitgroeide tot Raf.

Walschaerts' melancholisch verhaal (mét kanten kraagje humor) ontpopte aan de herinneringen aan het ‘fluwelen’ ouderlijk huis. Waar alles ‘van u’ is. Van de tafel over de stoel tot de inmiddels negentigjarige buurman met een hart van goud en een mond vol schroot. Een man – Raf – dwaalt voorbij dat huis en denkt terug aan de eerste en grootste liefde van zijn leven. Wat volgt, is een ingenieus weefsel van gepieker, fantasieën, frustraties, verlangens en valse zelfzekerheid. Walschaerts spreekt het publiek geregeld aan – ‘Ziet u, dames en heren’ – terwijl hij zijn zielenroerselen met droogkomieke flair uit de doeken doet. Wanneer het spreken stokt, kruipt hij achter de piano of neemt zijn gitaar. Dan zingt hij met zijn fluwelen stem over dat fluwelen huis of de zachte stier in hem. Er passeren nog dieren de revue, maar meer verklappen zou zonde zijn.

Walschaerts oogt een beetje eenzaam. In zijn vorige solo (Zoon) had hij een badkuip als speelkameraad. Nu niet. Soms mist de voorstelling wat vaart en een grap dwarrelt al eens wat flauwer neer. Vooral wanneer hij zijn fysiek niet inzet om zijn woorden kracht bij te zetten en hij geen acrobatentoeren uithaalt met zijn stem.

Want dat getover met stem en fysiek maakt deze solo om van te smullen. Het moederziel alleen op de scène staan, daagt hem uit om meer dan ooit te experimenteren. Niet alleen met zijn verhaallijn die vrolijk meandert tussen feit en fantasie maar bovenal met zijn stevig lijf én zijn fluwelen stem die van heel diep naar heel hoog (en terug) reist. Bij elk stemtimbre hoort een houding en een al dan niet trieste, smalende of opgetogen 'smoel'. En zo eert Walschaerts een van zijn helden: regisseur Eric De Volder die als geen ander acteurs naar fysiek onbekende regionen kon jagen en hen zo tot de belichaming van een gevoel maakte.

Dát is Walschaerts in Jongen toch, de bonkige en rakende belichaming van absolute wanhoop en existentiële vertwijfeling omdat degene die jou het dierbaarst is niet (meer) bij u is… Wat had Permeke dat graag geschilderd.

Publicatiedatum: 
zondag 1 december 2013
Verschenen in: 
Knack