Cabaret als een prachtig gedicht

CABARET
Wolf van Kommil Foo.
Gezien: De Kleine Komedie Amsterdam.
Tournee t/m juni 2009. www.mojotheater.nl.

Adel verplicht. Het Vlaamse Kommil Foo won met zijn vorige theaterprogramma Spaak de meest prestigieuze cabaretprijs van Nederland - de Poehfinario. Dus lag de lat voor opvolger Wolf hoog. Zo hoog dat de broers Raf en Mich Walschaerts in het maakproces misschien daarom meerdere malen de wanhoop nabij waren. Een kopie van de succesformule van de laatste jaren - poetisch, lichtvoetig, ontroerend en sterk muzikaal theater met zeer verrassende visuele intermezzo's - was een te gemakkelijke keuze. Wolf is persoonlijker en geengageerder geworden. De twee veertigers geven hun verontwaardiging een plek op het podium. Zonder opgeheven vingertje, want dat past niet in de Vlaamse traditie.

In ieder mens schuilt een wolf, die het geluk van een ander en zelfs van zichzelf willens en wetens wegblaast, omdat dat nu eenmaal de aard van het beestje is. De veiligheid die je voor jezelf creeert is daarom van korte duur. Geluk word je met zomaar gegund.

Dat is, zo schetsen de broers in absurde verhalen over de eenzame reiger op een kerkdak of de onmogelijke relatie tussen een beer en een eekhoorn, de tragiek van het bestaan. Wat thema betreft is Wolf een voortzetting van Spaak, waarin het duo speelde met het gegeven dat de mens er toe neigt zijn mooiste dromen te vermoorden. In Wolf duiken personages op die de werkelijkheid van het bestaan ontkennen, mensen die geboren zijn voor ongelukken en misverstanden, wiens levens van toevalligheden aan elkaar hangen. Geen personages om wie je als toeschouwer wilt schaterlachen. Kommil Foo zoekt het subtiele en dat leidt tot de wrange grijns.

Tragiek wordt niet als een zware last over de zaal uitgestort. Het leven mag dan een grote weg naar het sterven zijn en daarom slopend, als je niet weet wanneer je tijd is gekomen wordt het doemdenken erover vrolijk en absurd.

Raf wil heroïsch sterven, aanbeden door iedereen, maar eindigt met een slok op tegen een boom. Boven, voor de troon van God barst hij uit in een rap, heftig fulminerend betoog tegen diens liefdeloosheid en de uitwassen van het aardse geloof in Hem. Dat lied is een absoluut hoogtepunt van het programma. Kommil Foo's handelsmerk, het visuele intermezzo waarin met minimale middelen maximale ontroering werd verkregen, is in Wolf karig en zeer sober gehouden. En dat is jammer, omdat de voorstelling qua sfeer soms wat te eenvormig is.

Wolf is als een gedicht, dat bij een eerste lezing niet eenvoudig te doorgronden is. Je ziet en voelt dat het prachtig is, maar je moet het eigenlijk nog eens lezen om de diepte ervan te peilen.

RUUD BUURMAN

Publicatiedatum: 
zaterdag 10 mei 2008
Verschenen in: 
Het Parool
Productie: