Een eigenzinnige mix van cabaret, muziek en theater. Over de liefde, vanzelfsprekend, maar ook over andere uitdagingen.
De wolf als metafoor voor alles wat mis kan gaan, altijd op de loer. Zich schuilhoudend onder je bed, de hele tijd. En hoe je daar mee omgaat, daarover gaat de voorstelling. Daaruit ontspringen de hilariteit, de verontwaardiging en in het beste geval de ontroering.
Mich en Raf Walschaerts diepen hun persoonlijke stijl in deze voorstelling verder uit : meer door minder, scherper door botter, tederder door harder, harder door stiller.
Wolf. Topcabaret uit België
Regie: Wim de Wulf en Frans van der Aa.
Licht –en geluidsontwerp: Koen Bellens
Decorontwerp: Kris van Oudenhove
Toneelmeester: Erwin Van de Put
de pers
De Morgen: “Kommil Foo overtreft hooggespannen verwachtingen met ‘Wolf’”
De Standaard: “De nieuwe voorstelling van Kommil Foo kristalliseert de grote levensvragen in gloedvolle liedjes, diepzinnige beschouwingen en ragfijne humor…. Zelden zo zen geweest na een cabaretvoorstelling.”
Het Parool: “cabaret als een prachtig gedicht”
Trouw : “indrukwekkend mooi …schrijnend hilarisch…Wolf is prachtig en ontroerend…. Teder en venijnig…”
De Volkskrant: “Poëtisch en geraffineerd grappig…. Kommil Foo geeft zijn publiek een stoot verbeeldingskracht”
Een eigenzinnige mix van cabaret, muziek en theater. Over de liefde, vanzelfsprekend, maar ook over andere uitdagingen.
De wolf als metafoor voor alles wat mis kan gaan, altijd op de loer. Zich schuilhoudend onder je bed, de hele tijd. En hoe je daar mee omgaat, daarover gaat de voorstelling. Daaruit ontspringen de hilariteit, de verontwaardiging en in het beste geval de ontroering.
Mich en Raf Walschaerts diepen hun persoonlijke stijl in deze voorstelling verder uit : meer door minder, scherper door botter, tederder door harder, harder door stiller.
Wolf.
Regie: Wim de Wulf en Frans van der Aa.
Licht –en geluidsontwerp: Koen Bellens
Decorontwerp :Kris van Oudenhove
Toneelmeester: Erwin Van de Put
de pers
De Morgen: “Kommil Foo overtreft hooggespannen verwachtingen met ‘Wolf’”
De Standaard: “De nieuwe voorstelling van Kommil Foo kristalliseert de grote levensvragen in gloedvolle liedjes, diepzinnige beschouwingen en ragfijne humor…. Zelden zo zen geweest na een cabaretvoorstelling.”
Het Parool: “cabaret als een prachtig gedicht”
Trouw : “indrukwekkend mooi …schrijnend hilarisch…Wolf is prachtig en ontroerend…. Teder en venijnig…”
De Volkskrant: “Poëtisch en geraffineerd grappig…. Kommil Foo geeft zijn publiek een stoot verbeeldingskracht”
De Morgen, 21/05/08, Liv Laveyne DE MENS GESTROOPT TOT DIEP ONDER HET BLOTE VEL
Kommil Foo overtreft hooggespannen verwachtingen met ‘Wolf’ (****)
Zouden de broers Raf en Mich Walschaerts het succes van hun vorige show ‘Spaak’ weten te evenaren? Een voorstelling die we met voorsprong de meest uitgepuurde en uitgebalanceerde Kommil Foo noemden?
Het zou harder worden, minder poëzie, meer rap zo werd gezegd. Dat rappen zorgt wel degelijk voor een weergaloos kippenvelmoment in Kommil Foo’s nieuwste show, maar ‘Wolf’ is geen breuk met ‘Spaak’. Integendeel, het is een verder zetten in extremis: nog soberder, persoonlijk diep én wereld overschouwend. Of er ook nog gelachen mag worden? Tuurlijk.
“Tuurlijk” dat is het stopwoord van de boze wolf die huist bij iedere mens en met één zucht ons geluk kan wegblazen. De vraag is niet waarom hij dat doet - dat is nu eenmaal de aard van de boze wolf - maar wel hoe ga je ermee om? Met dat onvolmaakte leven, het onvolmaakte lichaam, de onvolmaakte liefde? ‘Geniet ervan’ luidt Kommil Foo’s simpele maar doeltreffende antwoord in het openingslied: geniet van de man op de tak die zich verzoend heeft met zijn lot maar toch naar de sterren kijkt. Geniet ook van de nar die zorgt voor vermaak maar zelf een puinhoop blijft: de broers Walschaerts zijn immers niet bang om hun persoonlijke wolf in de ogen te kijken zoals blijkt uit het verhaal over de reiger dat uitmondt in een dans met krukken als vleugels.
Het is Kommil Foo ten voeten uit: schoonheid destilleren uit het mank lopende leven. In ‘Wolf’ gebeurt dat meer dan ooit met precisie in woord, muziek en gebaar. Slechts enkele wel gekozen rekwisieten in een sober decor. Om tot de naakte essentie te komen. Ook letterlijk: stel dat je een week lang het leven van een ander kunt leiden/lijden, zouden we elkaar dan beter begrijpen? Joden en Palestijnen, Tibet-China, Vlaanderen-Wallonië? Zijn dergelijke expliciete maatschappelijke uitlatingen op scène hoogst ongewoon voor de Kommil Foo’s: ze omzeilen vlotjes het gemoraliseer door de situatie op zichzelf te betrekken en even van leven en kleren te verwisselen. Ecce homo, ziehier de naakte sterfelijke mens!
Maar dan wel één die zijn blik naar de sterren richt: met een bikkelhard rapnummer scheldt Raf op God en alle smeerlapperij in Zijn naam, het is tijd voor een nieuwe God vindt hij: een leider comme il faut. Al beseft ook Kommil Foo dat aan de Wolf uiteindelijk geen ontkomen is en met een sirtaki van geboorte en dood bezingt het duo het leven. Geniet ervan!
de Standaard, 20/05/08, Karel Michiels De naakte essentie van Kommil Foo
GENT - 'Wolf' is zen. De nieuwe voorstelling van Kommil Foo kristalliseert de grote levensvragen in gloedvolle liedjes, diepzinnige beschouwingen en ragfijne humor.?
Wie is toch die boze wolf die telkens weer ons huisje omver blaast? Je leert hem als kind al kennen, vertellen Raf en Mich Walschaerts in hun nieuwe voorstelling. Een leven lang blijf je ermee worstelen, hoe vaak je hem ook het hoofd afhakt. Tot hij je op de laatste dag geen keuze meer laat.Het is een klassiek thema dat Kommil Foo aansnijdt, maar de broers doen het wel op een manier die nieuwe inzichten verraadt. Wolf is van een zuiverheid en een eenvoud die we zelden hebben gezien op een podium, met oog voor het allerkleinste detail, als een perfect ingerichte zentuin. Niet de gladde volmaaktheid van de showartiest maar de naakte eerlijkheid van de juiste woorden, de juiste noten, de juiste kleren, de juiste belichting, de juiste oogopslag, zelfs van het eigen onvolmaakte lichaam.
Hoe zou het zijn om een week in elkaars schoenen te staan, vragen de heren zich af, en ze nemen de proef op de som. Ze wisselen van kleren, ook de onderbroek, en zo staan ze plots helemaal naakt. En even later opnieuw, na afloop van die bijzondere week. Heel functioneel naakt is het, even zuiver als de rest van de voorstelling. Moedig ook natuurlijk, net omdat er geen sprake is van gratuit effectbejag, en zeker Raf ('Ik weeg honderd kilo') elke vorm van ijdelheid opzij moet zetten.
Bom
Ook dat is zen, de verlossing van het ego. Niet dat het duo plots de weg naar het nirwana heeft gevonden. Niets is zeker in het leven, zeker niet de dromen die Kommil Foo zo treffend oproept en even genadeloos aan gruzelementen slaat. Geniet maar van de man op de tak, van de entertainer op het podium, de nar die vanbinnen een puinhoop blijkt te zijn.
Een jongen van negen wil voetballer worden, geliefd en beroemd, met een Ferrari. Dan valt er een bom en verliest hij zijn been. 'Ik wil een legendarische dood als Herman Brood', zingt Raf, maar hij wordt omver gereden door een auto.
En dan zijn er natuurlijk nog de eeuwig problematische verhoudingen tussen man en vrouw. Raf en Mich hebben er als vanouds een paar aangrijpende liedjes over geschreven, met gepaste humoristische accenten.
De uitgepuurde Vlaamse blues waar Kommil Foo door de jaren heen een patent op genomen heeft, culmineert dit keer in twee monumentale nummers die het publiek tegelijk intrigeren, verbijsteren en amuseren. 'Kop in het zand' (het lied over het jonge voetballertje) mondt uit in een groteske vechtpartij. Naar het einde van de anderhalf uur durende show (zonder pauze) rapt Raf in 'De volgende' zijn engagement en verontwaardiging uit in een brutaal gesprek met God. 'Ik heb u slecht bedacht' rijmt in zijn parlando op verkracht, afgeslacht en verpacht. 'Het is tijd voor een leider comme il faut,' waarna de zanger zichzelf tot God uitroept.
Maar daar roept alweer de dood, en een nieuwe geboorte. Raf en Mich zetten zich helemaal vooraan, op de rand van het podium, en drukken nog 驮 keer de vergankelijkheid van het leven uit. Zelden zo zen geweest na een cabaretvoorstelling.
Kommil Foo speelt 'Wolf'. Gezien op 15/5 in Gent. Nog tot 23/5 in de Vlaamse Opera, Gent, 070-220.202. Daarna tournee door Vlaanderen.
Volkskrant 20/05/08, Merijn Henfling Kommil Foo geeft zijn publiek een stoot verbeeldingskracht
In het cabaret heb je schreeuwers en fluisteraars. De eerste groep is in de meerderheid. Kommil Foo behoort tot de tweede groep. De broers Raf en Mich Walschaerts maken al twintig jaar subtiele, fantasievolle voorstellingen die muzikaal geramd zitten.
Na het bloedmooie Spaak (2005) brengen de Vlamingen nu opnieuw een show die poetisch en geraffineerd grappig is. Met Wolf geeft Kommil Foo het publiek een stoot verbeeldingskracht.
De show bestaat uit anekdotes, fysieke acts en verhalende liedjes; hun gebruikelijke op-zet. Raf en Mich vertellen niet keurig een verhaaltje van a naar b, maar zetten verschillende lijntjes uit. Over hoe het zou zijn als ze elkaars levens zouden leiden, over een lief-desrelatie tussen een beer en een eekhoorn of overMichs ferme actie op zijn eerste schooldag.
In ieder mens huist een wolf, is het thema, en die kan het geluk elk moment wegblazen. Ui-teraard gaat het uiteindelijk ook veel over de liefde, het ultieme Kommil Foo-onderwerp, en de kwetsbaarheid ervan.
Hoogtepunt is het lied Kop in het zand, een praatliedje waarin allerlei zaken door elkaar gaan lopen - typisch Kommil Foo. Raf begint te zingen over een Afrikaans voetballertje dat door een landmijn zijn been en toekomstperspectief verliest. Maar net als het larmoy-ant lijkt te worden, blijkt dat hij dit verhaal aan
zijn vriendin in het restaurant vertelt. Er ontstaat een woordenwisseling die eindigt in geknok en pure slapstick. Hilarisch. Het nummer heeft een eenvoudige melodie, maar de tekst is zo knap rijmend dat elke zin verrassend is. Het is bijna een rap, maar dan tekstueel wel goed.
Ook zingen ze een eigen be-werkmg van Johnny Cash' A Boy Named Sue, over een jongen die door zijn vader Marian genoemd is. Hun uitvoering is spannend en smaakt naar nieuwe bewerkingen van klas-siekers.
Aan het slot van de voorstelling zingt Raf een funeus, maar grappig nummer over het kwaad in de wereld. Uiteindelijk belandt hij aan de he-melpoort. 'De volgende', klinkt er. Raf: 'Waar heb ik dat eerder gehoord?' Volgens hem zijn het woorden die alleen tirannen uitspreken. Om dan te concluderen: 'Met alle respect: u bent de volgende.' Waarop Raf zichzelf tot God verldaard.
Het is Kommil Foo gegund.
het Parool 10/05/2008, Ruud Buurman Cabaret als een prachtig gedicht
A del verplicht. Het Vlaamse Kommil Foo won met zijn vorig theaterprogramma Spaak de meest prestigieuze cabaretprijs van Nederland - de Poelifinario. Dus lag de lat voor opvolger Wolf hoog. Zo hoog dat de broers Raf en Mich Walschaerts in het maakproces misschien daarom meerdere malen de wanhoop nabij waren.
Een kopie van de succesformule van de laatste jaren - poetisch, lichtvoetig, ontroerend en sterk muzikaal theater met zeer verrassende visuele intermezzo's - was een te gemakkelijke keuze. Wolf is persoonlijker en geengageerder geworden. De twee veertigers geven hun verontwaardiging een plek op het podium. Zonder opgeheven vingertje, want dat past niet in de Vlaamse traditie.
In ieder mens schuilt een wolf, die het geluk van een ander en zelfs van zichzelf willens en wetens wegblaast, omdat dat nu eenmaal de aard van het beestje is. De veiligheid die je voor jezelf creeert is daarom van korte duur. Geluk word je met zomaar gegund.
Dat is, zo schetsen de broers in ab-surde verhalen over de eenzame reiger op een kerkdak of de onmogelijke relatie tussen een beer en een eekhoorn, de tragiek van het bestaan.
Wat thema betreft is Wolf een voortzetting van Spaak, waarin het duo speelde met het gegeven dat de mens er toe neigt zijn mooiste dromen te vermoorden. In Wolf duiken personages op die de werkelijkheid van het bestaan ontkennen, mensen die geboren zijn voor ongeluk-ken en misverstanden, wiens levens van toevalligheden aan elkaar hangen. Geen personages om wie je als toeschouwer wilt schaterlachen. Kommil Foo zoekt het subtiele en dat leidt tot de wrange grijns.
Tragiek wordt niet als een zware last over de zaal uitgestort. Het leven mag dan een grote weg naar het sterven zijn en daarom slopend, als je niet weet wanneer je tijd is gekomen wordt het doemdenken erover vrolijk en absurd.
Raf wil heroïsch sterven, aanbeden door iedereen, maar eindigt met een slok op tegen een boom. Boven, voor de troon van God barst hij uit in een rap, heftig fulminerend betoog tegen diens liefdeloosheid en de uitwassen van het aardse geloof in Hem. Dat lied is een absoluut hoogtepunt van het programma.
Kommil Foo's handelsmerk, het visuele intermezzo waarin met minimale middelen maximale ontroering werd verkregen, is in Wolf karig en zeer sober gehouden. En dat is jammer, omdat de voorstelling qua sfeer soms wat te eenvormig is.
Wolf is als een gedicht, dat bij een eerste lezing niet eenvoudig te doorgronden is. Je ziet en voelt dat het prachtig is, maar je moet het eigenlijk nog eens lezen om de diepte er-van te peilen.
Trouw 10/05/09, Rinske Wels Kommil Foo heeft met minder decor steeds meer te vertellen
Even je geluk omver blazen. Daarnaast wordt er veel gedroomd in 'Wolf. Dromen van vroeger - de tent die je toen bouwde, de eerste schooldag na een verhuizing - en dromen van later. En over liefde, veel voor-bije liefde dit keer, maar ook de broe-derliefde die er is tussen Raf en Mich.
De Vlamingen lieten tot nu toe de actualiteit links liggen. In hun vorige voorstelling, 'Spaak', zat voor het eerst een lied waarin op een grappige manier iets gezegd werd over de opkomst van het Vlaams Belang.
Dat is nu anders. In 'Wolf zit het subtiel tussen de regels door verweven en pas bijna aan het eind is er die stuwende rap van Raf, 'De volgende'. Indrukwekkend mooi. Ontstaan trouwens als een
hedendaagse bewerking van 'Welterusten Meneer de President' van Boudewijn de Groot. In een knap rijmend ritme, spuugt Raf de woorden over ons heen. Dat wat Bush doet verschrikkelijk is, maar ook dat wat terroristen doen.
Voor de broers Raf en Mich Wal-schaerts - samen al zo'n 20 jaar Kommil Foo - is een nieuwe voorstelling een steeds grotere worsteling. Ze zijn steeds kritischer op wat ze schrijven en dus
belandt er steeds meer in de prullenbak. Maar tot nu toe zijn ze er altijd glorieus uitgekomen, ook nu weer met 'Wolf, hun elfde voorstelling.
De decors zijn in de loop van die voorstellingen almaar kleiner geworden, de broers hebben steeds minder middelen nodig om te zeggen wat ze willen vertellen.
Het thema is deze keer: in ieder mens huist een wolf en die wolf komt op een goed moment in je leven te voorschijn.
De mannen waren al nooit zo van het grappen maken om de grap, in 'Wolf zit het nog iets meer verstopt. De scenes bijvoorbeeld waarin Raf en Mich naar een koningsreiger kijken, zijn schrijnend hilarisch. Op de vogel - 'solitair, dat zie je zo' - wordt stukje bij beetje het
zielenleven van een van hen geprojecteerd. Het is grappig, maar het wordt bij Kommil Foo altijd opgediend met een flinke snuiftragiek.
Het thema - in ieder mens schuilt een wolf - lijkt af en toe wat opgelegd, alsof de mannen zelf houvast zochten of het wel heel erg duidelijk aan hun publiek willen aanreiken. Dat is niet nodig, de poezie van de voorstelling spreekt voor zich. 'Wolf is prachtig en ontroerend. Rechtstreeks, zonder dat ze zichzelf sparen. Teder en venijnig tegelijk.
telegraaf 09-05-08, Marco Weijers Kommil Foo houdt vorm vast in 'Wolf
Geluk gaat altijd weer voorbij. De tijd zet er zijn tanden in. Of anders is het de wolf in onszelf wel die van zich laat horen. Met een dreigende grauw doet hij de roze wolk vervliegen, waarna alleen de melancholie nog overblijft. Als dit allemaal klinkt naar een midlifecrisis, dan kan dat kloppen. In 'Wolf overziet het Vlaamse cabaretduo Kommil Foo het leven vanaf de mid-denstip. Ze zijn halverwege. Met enige mazzel dan.
'Wolf is de opvoiger van hun met een Poelifinario be-kroonde programma *Spaak', dat in 2005 in premiere ging. De cabaretprijs was een terechte erkenning voor dit voorlopige hoogtepunt uit de carriere van de gebroeders Walschaerts, die in 1992 het Cameretten-festival wonnen. Grote broer Raf, zowel in jaren als postuur, is de veertig inmiddels gepasseerd. Voor Mich, tengerder en met minder haar, nadert die leeftijd met rasse schreden.
Ze kijken terug en vooruit. Is voor hen de tijd gekomen om zich te schikken in hun lot? Of moeten ze, al hun gesneuvelde illusies ten spijt, naar de sterren blijven reiken en hun dromen koesteren? Die gedachte ligt ten grondslag aan de liedjes en sketches in 'Wolf. Hun verhalen hebben een vreemdsoortige logica en houden ook onderling verband op een manier die bijna niet is uit te leggen.
De Walschaerts beschikken daarbij over stemmen waar gevoel uit spreekt, zowel vertellend als zingend. Raf is degene die de meeste woorden in een ademteug kan proppen. Hij doet dat in nummers vol tussenrijm, die in een steeds moordender tempo tot een bizarre climax leiden. De vocale
bijdragen van Mich zijn meer verstild, al wisselt hij zijn muzikale fluisteringen soms af met scheurende uithalen. Ze zingen ook samen, of begeleiden elkaar. Raf met gitaar of mondharmonica, Mich op piano of viool.
Subtiel
In 'Wolf is het niet de grap-dichtheid die het 'm doet. Dit Vlaamse duo neemt juist de tijd om hun vondsten uit te serveren, waarbij hun grappen even vaak fysiek zijn als verbaal. Zo is er een
sketch met een vogelspotter, die zijn eigen eenzaamheid projecteert op de door hem aan-schouwde koningsreiger („Dat is echt een heel solitair beest"). In de volgende scene geven de broers vervolgens aan twee van zulke reigers gestalte, met behulp van loopkrukken. Subtiel, hilarisch en vooral ook minder solitair dan eerder werd beweerd.
Kommil Foo toont zich vormvast en weet het hoge niveau van 'Spaak' goeddeels te handhaven. Hooguit kabbelt hun nieuwe programma iets meer, misschien juist daarom. Je zou het ook anders kunnen stellen: de frisse wind die zij destijds lieten waaien, is inmiddels opgewarmd tot een zwoele zomerbries. Meer dan aangenaam om je in te koesteren.
de Pers 09/05/08, Alexander Nijeboer Cabaret Kommil Foo staat al jaren aan de top
Geen hapklaar pretcabaret
De broers Walschaerts van cabaretformatie Kommil Foo kijken de Wolf recht in de ogen. Nederlanders hebben er wat meer moeite mee.
De Amsterdamse cabarettempel De Kleine Komedie is het favoriete theater van Maarten van Roozendaal omdat hij ervoor het eerst Kommil Foo zag spelen. Toen de Nederlandse cabaretier het Vlaamse duo aan het werk zag, wist hij dat God bestond, zo zei hij tegen de Amsterdamse stadszender AT-5.
Gisteren ging Kommil Foo met een nieuwe avondvullende voorstelling in De Kleine Komedie in premiere. Wolf is de elfde voorstelling van de broers Mich en Raf Walschaerts. Het duo won in 1992 het cabaretfestival Cameretten. Het duurde daarna nog een decennium voordat de Vlaamse formatie in Nederland voet aan de grond te kreeg.
Als bekroning zagen de broers Walschaerts in 2005 de voorstelling Spaak bekroond worden met de Poelifinario, de belangrijkste Nederlandse cabaretprijs. 'Literair muzikaal theater van heel hoog
niveau,' schreef de jury in het rapport over de bekroonde voorstelling Spaak. 'Met minimale middelen bereiken zij het maximale resultaat.'
Cabarethistoricus Frank Verhallen zat destijds in de jury. Hij volgt Kommil Foo op de voet. Tot de dag van de premiere werken zij keihard aan een voorstelling,'zegt Verhallen. 'De muziek en de scenes worden tot op de bodem uitgezocht. Ze lopen er nooit de kantjes vanaf.' Als voorbeeld noemt Verhallen het feit dat Kommil Foo met twee regisseurs aan hun voorstellingen werkt - waar in het cabaret hoogstens een regisseur gebruikelijk is en in veel gevallen helemaal niet met
regie wordt gewerkt.
'We wilden per se niet onszelf herhalen,' zegt Raf Walschaerts 'Onze weg vooruit is de inhoud van de voorstelling. We hoeven niet per se pretcabaret of iets spectaculairs te maken. Een voorstelling moet goed zijn en verdieping bieden.'
Langzocht Kommil Foo voor Wolf naar de juiste vorm. 'We hebben een hele omweg genomen,' zegt Mich Walschaerts. 'We hebben veel voor ons nieuwe vormen uitgeprobeerd, zoals stand-up comedy. Het bleek niets voor ons. Uiteindelijk bleek toch weer samenspel onze kracht.' Verhallen had aanvankelijk zijn be-denkingen bij Wolf 'De eerste try-outs vond ik matig', zegt hij. 'Ze begaven zich op terreinen waar overduidelijk hun kracht niet lag. Het is de kracht van Kommil Foo dat ze die zoektocht naar nieuwe wegen aangaan en uiteindelijk ook hun kracht niet ontkennen. Ondanks de eerste try-outs is het eindresultaat een echte Kommil Foo-voorstelling.'
Wolf gaat over twee mannen die zich verzoend hebben met hun lot 'maar in hun dromen naar de sterren reiken.' In lichtvoetige, surrealistische dialogen en sketches staan de mannen, hun beslommeringen, verborgen verlangens en fantasieen centraal. Het leidt tot prachtige poezie in
woord en beeld: zo is iemand die de confrontatie met zijn dromen uit de weg gaat, iemand 'die de wolf nooit recht in zijn ogen kijkt.' Poezie werpt drempels op. 'Onze vorm van cabaret is niet altijd even toegankelijk,' zegt Raf Walschaerts. 'Het is niet hapklaar.' Ondanks de lovende recensies voor eerdere voorstellingen en de Poelifinario zijn uitverkochtezalen voor Kommil Foo in Nederland eerder uitzondering dan regel. Hoe anders is dat in Vlaanderen. Eind deze maand staat het duo acht avonden in de Vlaamse Opera in Gent en negen avonden Arenbergsschouwburg in Antwerpen. Alle voorstellingen zijn nu al uitverkocht. Zestig kilometer verderop - in het
Nederlandse Breda - wordt met moeite het Chasse Theater voor een avond gevuld.
'We hebben op voorhand geen uitverkochte zalen,' zegt Mich Walschaerts. 'Nederlanders erkennen de kwaliteit wel, maar komen niet massaal naar de theaters om Vlamingen te zien.'
Nederlanders gaan naar het theater om te worden vermaakt, vindt Verhallen. 'Het Vlaamse publiek komt niet voor de lach. Zij stellen veel meer voorwaarden aan vorm en inhoud dan Nederlanders. Kommil Foo wil mooie scenes en muziek brengen. In Nederland wordt dat niet altijd op waarde geschat.'
Raf Walschaerts ziet dat kwaliteitscabaret het in Nederland over de gehele linie moeilijker heeft. Hij noemt Maarten van Roozendaal en Kees Torn als voorbeelden. Ook zij raken lang niet overal uitverkocht. 'Pretcabaret heeft een abnormaal groot publiek in Nederland Wij maken meer toneelmatige voorstellingen. Als je de bezoekersaantallen van Kommil Foo en toneelgezelschappen met elkaar vergelijkt, dan doen wij het heel goed. Ik ken toneelgezelschappen die van hun stoel vallen als zij horen dat wij in Nederland voor 500 man spelen.'
In Spaak, het vorige programma van het Vlaamse duo Kommil Foo, viel veel te lachen. Het leverde de broers Raf en Mich Walschaerts in 2005 zelfs de Poelifinario op, de grote prijs voor het beste cabaret-programma van het jaar.
Hun nieuwe voorstelling, die Wolf heet, is heel anders. Verstild bijna, met ingehouden adem en met spanning die in de kleinste woordjes schuilt. Noem het cabaret op kousenvoeten.
Waar de titel Spaak op sloeg, heb ik nooit geweten. Maar bij hun huidige programma, hun vijftiende, is dat duidelijk. Wolf verwijst geregeld naar de grote boze wolf die in ieders leven op de loer ligt, en die uiteindelijk ook het licht uit doet - als hij vindt dat het tijd wordt.
In compacte verhaaltjes en wel-luidende liedjes speelt Kommil Foo flarden uit een mensenleven, en soms ook uit het leven van een reiger die per verrekijker wordt bespied door twee mannen die de merkwaardigste details over het dier weten op te dissen. Het is even merkwaardig als de byzonderheden in een vraaggesprekje met een man die zegt zich niets meer van zijn eerste schooldag te herinneren en die de interviewer desondanks voortdurend staat te corrigeren.
Het is een onnadrukkelijk, soms zelfs stoicijns gepresenteerd soort poezie waarin Kommil Foo excel-leert. Het wordt bovendien mooi in balans gehouden door de sketches die met hun onverwacht zotte, surrealistische wendingen nooit verlopen zoals te verwachten viel. Bovendien worden veel scenes zodanig in elkaar weerspiegeld dat een hoogst bezienswaar-dige samenhang ontstaat.
Aanzienlijk minder fysiek en va-rieteachtig dan hun vorige voorstellingen, maar des te sfeervoller. En liedjes met zoet gezongen regels als „je bent lief, maar niet voor mij" kunnen alleen door de broers Walschaerts worden gemaakt.